Gelijksoortigheidsprincipe
Om het natuurlijke vermogen tot zelfgenezing te prikkelen moet het ziektesymptoom door een geneesmiddelwerking die zo gelijksoortig mogelijk is worden versterkt. Een stof die bepaalde symptomen teweegbrengt bij een gezond persoon, geneest deze zelfde symptomen bij een ziek persoon. Dit is de basisregel in de klassieke homeopathie.
Denk bijvoorbeeld aan het middel allium cepa; de ui. Wanneer je een ui snijdt zal je al snel bepaalde symptomen gewaar worden. De ogen worden rood en gaan prikken, je gaat tranen en de neus gaat lopen. Het homeopathische middel allium cepa is dan ook goed te gebruiken bijvoorbeeld bij hooikoorts aanvallen en verkoudheden die door bovenstaande symptomen gekenmerkt worden.

De versterking van de natuurlijke symptomen die plaatsvindt door het homeopathische middel zorgt er voor dat de levenskracht als het ware wakker geschud en versterkt wordt. De patiënt ontwikkelt hierdoor meer weerstand en geneest zichzelf. Dit lijkt allemaal vrij simpel, maar vaak druist dit gelijksoortigheidsbeginsel dwars tegen ons gevoel van logica in. We zijn namelijk geneigd te denken dat, wanneer er bij een willekeurige verstoring er als het ware nog een schepje van hetzelfde bovenop gegooid wordt, het alleen maar erger kan worden.
Zoals we een gloeiende pook het snelst afkoelen in koud water zo lijkt het ook het meest voor de hand liggend een verbrande hand onmiddellijk onder een koude kraan te houden. Propageren een verbrande hand onder een zo warm mogelijke kraan te houden, zou voor velen genoeg reden zijn te twijfelen aan de verstandelijke vermogens van degene die dit adviseert. Maar de reactie van een hand op een te hoge temperatuur is maar zeer beperkt vergelijkbaar met de reactie van een stuk metaal dat in het vuur wordt gehouden. Bij beide gaat de temperatuur omhoog, maar daarmee houdt de overeenkomst ook op. Bij een gloeiend stuk staal is het afkoelen een zeer adequate handeling om de temperatuur omlaag te krijgen. Maar bij een oververhitte hand hebben we niet als doel de temperatuur van de hand te verlagen, maar om de mogelijke gevolgen van verbranding, zoals langdurige pijn, zwelling en blaren, te beperken. Volgens homeopathische principes gebeurt dit niet door een tegengestelde prikkel toe te dienen, maar juist door het toedienen van een gelijksoortige prikkel. De zelfgenezende kracht van het organisme wordt hierdoor aangezet. Uiteraard is het niet nodig die hand weer helemaal in die vlam terug te stoppen en opnieuw te verbranden. Waar het om gaat is een zodanige 'herverwarming' van het aangedane lichaamsdeel als opgebracht kan worden. Het gaat hier om de kwaliteit, het karakter van de toegediende prikkel, niet zozeer om de kwantiteit. De pijn kan aanvankelijk iets erger worden (vergelijkbaar met een beginverergering die incidenteel kan optreden binnen een homeopathische behandeling), maar de klachtenverlichting volgt vanzelf en blaarvorming wordt voorkomen. Dit gegeven is een eeuwenoud ervaringsfeit, gebaseerd op een natuurwet: het gelijksoortigheidsprincipe.
Daarentegen geeft het houden van een verbrande hand onder een koude, lopende kraan onmiddellijke verlichting, maar eenmaal onder de kraan vandaan komt de pijn des te heviger opzetten en blaren worden doorgaans niet voorkomen. De verlichting wordt veroorzaakt door een tijdelijke prikkel van buitenaf en deze prikkel stimuleert de zelfgenezende kracht van het lichaam niet. Zodra de uitwendige prikkel weggehaald wordt, is het uiteindelijke effect nihil. Vergelijk het met het ervaringsfeit, dat een bevroren hand eerst met sneeuw ontdooid moet worden. IJskoude handen boven een warme kachel houden geeft een tegengestelde prikkel die voor het organisme zeer onaangenaam is. Ook in onze reguliere geneeskunde zijn er voorbeelden van toepassingen van het gelijksoortigheidsprincipe. Het meest bekende zijn waarschijnlijk de vaccinaties: het inenten met verzwakte of gedode ziektekiemen, juist om diezelfde ziekte te voorkomen ( zie ook ziekteclassificatie; iatrogene klachten ). Een andere toepassing is de Primal therapie, een psychotherapeutische methode, waarbij men mensen hun vroeger doorgemaakte trauma's laten herbeleven. Hierbij blijkt dat veel psychische en lichamelijke klachten uit het heden verminderen of verdwijnen. Met andere woorden: klachten die zijn ontstaan door vroeger doorgemaakte trauma's kunnen verdwijnen door diezelfde trauma's weer opnieuw te beleven en door te maken. Ook in deze therapie zien we dus het gelijksoortigheidsprincipe terugkomen.


