Gepotentieerde geneesmiddelen

Homeopathische geneesmiddelen worden voor 80% gemaakt van plantaardig materiaal. De resterende 20 % wordt gemaakt van mineralen, dierlijke substanties en ziektemateriaal (nosodes). Hiervan wordt een oertinctuur gemaakt, waarvan een kleine hoeveelheid telkens verdund wordt met water en krachtig geschud (gepotentieerd), waardoor het uiteindelijke homeopathische geneesmiddel ontstaat. Homeopathische geneesmiddelen zijn niet giftig of verslavend. Ook veroorzaken ze geen schadelijke bijwerkingen. Omdat Hahnemann ook middelen ging gebruiken die giftig waren in pure vorm en daardoor ongewenste bijwerkingen vertoonden, ging hij er toe over die stoffen op deze wijze te verdunnen. Hij ontdekte dat wanneer hij tussen elke verdunningsstap de stof schudde, de giftigheid afnam maar de genezende impuls steeds sterker werd. Het bleek dat de geneeskrachtige werking veel groter was geworden door dit proces van verdunnen en schudden. Zelfs bleken stoffen, die in onverdunde toestand amper enige werking hadden (zoals kalk, zout en kiezel), door het potentiëren een ongelooflijke werking te kunnen ontplooien. Calcium-carbonicum (kalk), natrium-muriaticum (zout) en silicea (kiezel) zijn onmisbare middelen geworden in de homeopathische praktijk.Deze methode van verdunning (potentiëren) heeft Hahnemann steeds verder geperfectioneerd. Uiteindelijk gebruikte hij niet meer de D-potenties die u vaak bij de drogist tegenkomt. Ook niet meer de C-potenties die vaak door homeopaten voorgeschreven worden, maar de LM-potenties die een verdunningsverhouding hebben van 1 op 50.000, met iedere verdunningsstap gedynamiseerd door honderd maal schudden. Deze LM potentie is volgens Hahnemann de meest volmaakte potentie en kan de behandelingsduur aanzienlijk verkorten. De LM potentie kan dagelijks of desnoods meerdere keren per dag worden ingenomen, ook bij chronische gevallen. De dosering is daardoor beter individueel aan te passen waardoor er veel meer sturing mogelijk is binnen het herstelproces. De homeopaat is beter in staat de energetische prikkel, gebruikmakend van de gelijksoortigheidswet, af te stemmen op de gevoeligheid van de patiënt. Daarmee kunnen de meeste beginverergeringen, die anders bij een homeopathische behandeling nog wel eens op kunnen treden, worden voorkomen. Bij een C12 verdunning kan er, scheikundig gezien, geen molecule van de oorspronkelijke stof meer in de oplossing zitten (getal van Avogadro). Hieruit kan worden geconcludeerd dat er voor de werkzaamheid van de hoger dan C12 gepotentieerde middelen geen chemische verklaring meer mogelijk is. Als een gepotentieerd middel niet werkzaam kan zijn op basis van zijn chemische of materiële bestanddelen, dan moet dat tot de conclusie leiden dat de werking berust op een niet stoffelijke, energetische activiteit.

Het is wetenschappelijk nog niet mogelijk gebleken om precies aan te tonen waarom bij het verdunnen en schudden van een stof de geneeskrachtige werking steeds meer toeneemt. Het volgende beeld zou ons misschien meer houvast kunnen bieden. Naar een stof kunnen we op twee manieren kijken. Enerzijds kunnen we de stof zien als materie opgebouwd uit concrete bestanddelen als atomen en moleculen. Dat is ook de manier waarop er in de scheikunde en de reguliere geneeskunde tegen een stof aankeken wordt. Het is de materiële kant van een stof. Op een andere manier bekeken kunnen we een stof ook zien als een gekristalliseerde vorm van energie, waarbij elke stof zijn eigen specifieke energie of frequentie bezit. Deze laatste zienswijze wordt duidelijker, wanneer dieper wordt ingegaan op de verschijningsgestalten van de plant. De ons omringende wereld wordt bepaald door ritmische processen. Net zoals het astraal lichaam en het Ik volgens een ritmisch verloop (waak/slaapritme) tussen de fysieke en geestelijke wereld heen en weer pendelen, zo is de hele natuur aan ritmische processen onderhevig. Een plant manifesteert zich bijvoorbeeld ook ritmisch (volgens een seizoensritme) tussen de fysieke en geestelijke wereld. In het zomerseizoen bloeit een plant uit, de geur stroomt uit, ze verstuift en ontmaterialiseert zich als het ware de kosmos in. In de kosmos verkeert de plant in een zuiver geestelijke toestand. Het achterblijvende gedeelte, het zaad, is bij dit proces slechts een ankerplaats door middel waarvan de plant onder gegeven omstandigheden weer in verschijning kan treden. Als in het voorjaar de natuur ontspruit begint de geestelijke blauwdruk van de plant zich weer te belichamen en bereikt omstreeks het midden van het jaar het hoogtepunt van haar zichtbare gestalte. Als dan in die nazomer de planten weer uitgebloeid zijn, vergaan, verdorren en in de herfst alleen maar het zaad overblijft, dan heeft het wezen van de plant zich weer in het onzichtbare teruggetrokken om in het volgende voorjaar via het zaad weer in verschijning te kunnen treden.Op deze wijze kan men ervaren dat de 'fysieke plant' slechts een onderdeel is van een groter kosmisch en ritmisch geheel. In feite laat de plant ons op deze manier zien dat stof , aardse materie, niets anders is dan een gefixeerd stadium van dynamische macrokosmische processen. De plant laat ons zien dat er twee polen (hemel en aarde) zijn, waartussen de natuur zich in oneindig veel trappen manifesteert.

Net zoals een plant in de herfst verdort en uiteindelijk fysiek verdwijnt, zo kan ook andere materie vanuit het aardse leven weer oplossen in de wereld van het immateriële. Elke stof heeft zijn eigen wezen, zijn eigen macrokosmische blauwdruk, van waaruit het weer gematerialiseerd kan worden tot het stoffelijke zoals wij dat op aarde kunnen waarnemen. Dit natuurlijke principe vinden we terug in het potentieringsproces. Potentiëren is dus het overbrengen van een stof van zijn materiële manifestatie naar zijn geestelijke wezen, zijn macrokosmische blauwdruk. Tijdens het ritmisch verdunnen ('potentiëren') verliest de stof zijn fysieke gestalte en gaat trapsgewijs over naar een 'hogere zijns toestand'. Hierdoor worden de krachten, die in de onbewerkte stof verborgen en sluimerend aanwezig zijn, opgewekt tot een ongelofelijke werkzaamheid. De homeopathie gebruikt dus geen aardse substantie, maar maakt gebruik van de immateriële krachten, die vrijgemaakt worden bij dit potentiëringsproces. Het maakt gebruik van de geest van de substantie, van de blauwdrukken die in de geestelijke wereld aanwezig zijn. Wat gebeurt er tijdens het verdunnen en schudden? De moleculen van de stof worden minder, de materiële kant verdwijnt, waardoor tegelijkertijd ook de giftigheid afneemt. Bij het schudden komt de specifieke energie van de stof vrij. De energie, die eerst opgesloten zat in het harnas van de moleculen, gooit de ketens van de materie van zich af en bindt zich losjes aan het oplosmiddel (alcohol of melksuiker). Dit oplosmiddel is een tijdelijke drager van de energie van de stof. Deze energie is datgene dat verantwoordelijk is voor de genezende werking van de homeopathische middelen. De energie van het geneesmiddel werkt zo rechtstreeks in op de energie van de mens. Vooropgesteld dat deze gelijksoortig zijn; zich dus als het ware op dezelfde frequentie bevinden. Dit homeopathische potentiëringsprocede is steeds het belangrijkste struikelblok geweest voor de wetenschappelijke erkenning van de homeopathie. Immers, hoe kan een geneesmiddel, waar geen enkele molecule van de oorspronkelijke uitgangsstof meer inzit, werkzaam zijn? Want als een gepotentieerd middel (boven C12) wordt onderworpen aan een chemisch analytisch onderzoek zal de uitkomst zijn: geen werkzame moleculen aantoonbaar.Blijkbaar wordt de essentie van een homeopathisch middel gemist bij een chemisch analytisch onderzoek. Een dergelijke manier van onderzoeken zou je kunnen vergelijken met het chemisch analytisch onderzoek van een boek, waarvan de uitkomst zal zijn: papier en inktmoleculen. Hierbij wordt de essentie van het boek echter totaal gemist. Het geschikte onderzoek om de waarde van een boek te bepalen is het kritisch te lezen. De beste manier om de waarde van de homeopathie in te kunnen schatten, is dus niet een chemisch analytisch onderzoek van de gebruikte middelen, doch in de eerste plaats de homeopathische geneesmiddelproeven zelf, de homeopathische praktijk (dus de al of niet genezen patiënten) en degelijk opgezet wetenschappelijk onderzoek.

>> Gelijksoortigheidsprincipe


  
Huis
Laan van Meerdervoort 177, 2517 AZ Den Haag, 070 - 3653853, Mobiel: 0618155514